Verkiezingsblog D66: 'Vakmanschap wordt weer meesterschap'

Verkiezingsblog D66: 'Vakmanschap wordt weer meesterschap' In aanloop naar de verkiezingen gaat Hiteq in gesprek met de verschillende politieke partijen over het technisch vakmanschap in de toekomst. Dit keer een gesprek met Paul de Beer van D66.


D66 besteedt in het verkiezingsprogramma veel aandacht aan de verbetering van het onderwijs en het verbeteren van de kwaliteit van het mbo. Het verstevigen van de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt speelt daarin een belangrijke rol; “de wens van een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt is van alle tijden, het gaat er nu om dat we dit ook gaan realiseren” aldus de heer De Beer bij de start van het gesprek. De heer De Beer maakt hierbij wel de kanttekening dat dit realiseren volgens D66 in essentie niet moet gebeuren door het opleggen van een landelijk instrumentarium vanuit Den Haag. D66 zet in op het versterken van de samenwerking in de regio. De sector zelf kan in de regio volgens de heer De Beer een heel eind komen. De heer De Beer heeft er vertrouwen in dat met goed overleg vanuit Den Haag de partijen in de regio zelf de kwaliteit kunnen verbeteren. Natuurlijk wordt de kritiek vanuit het bedrijfsleven over de samenwerking met de ROC’s wel gehoord; “Het is echter te generiek om te zeggen dat het vertrouwen in ROC’s weg is, dit doet geen recht aan de vele instellingen die wel erg goed bezig zijn”.

Een belangrijk onderdeel van het verbeteren van de kwaliteit van het mbo ligt volgens D66 in het aanbieden van een beperkt aantal herkenbare en brede studierichtingen in het mbo. “Er is een wildgroei aan opleidingen in brede zin en dit moeten we, ook bij technische studies, beperken”. Volgens de heer De Beer lijkt het alsof opleidingen, in de drang naar het aanbieden van opleidingen “met een sexy naam” elkaar kannibaliseren. “Het mbo moet zich richten op ambacht, weer meester in ambacht worden. Er zit niet altijd meerwaarde in studies die worden vernoemd naar populaire managementnamen”. Het aanbieden van een veelheid van kleine specialistische opleidingen maakt de kwaliteit van deze opleidingen niet beter. In het verkiezingsprogramma geeft D66 dan ook aan toe te willen werken naar een brede start in het mbo waarna kan worden toegewerkt naar specialisaties die aansluiten bij een beroep en opleiden voor de arbeidsmarkt. D66 pleit daarnaast voor een ondergrens aan het aantal leerlingen, waar nodig worden studierichtingen gebundeld in één opleiding. In het verkiezingsprogramma krijgen “kleine, unieke, specialistische opleidingen waar wel een duidelijke vraag naar is vanuit de arbeidsmarkt” een aparte positie.

Hier liggen ook mogelijkheden voor de opkomende bedrijfsscholen. D66 is niet tegen deze ontwikkeling wanneer bedrijfsscholen opkomen vanuit verantwoordelijkheidsgevoel van het bedrijfsleven om een bijdrage te leveren. Bijvoorbeeld in zeer specifieke opleidingen die voor onderwijsinstellingen, door hoge kosten van het in huis halen van de benodigde machines, niet goed aan te bieden zijn. “We moeten er echter wel voor zorgen dat het door de overheid betaalde onderwijs levert wat er van ze verwacht wordt, bedrijfsscholen moeten niet worden gestart door een achterblijvende kwaliteit van ROC’s”.

D66 heeft er vertrouwen in dat er voor de (technische) maakindustrie een toekomst is in Nederland. Hiervoor is het volgens de heer De Beer wel van belang dat we ons gaan richten op kwaliteit, omdat concurrentie op kwantiteit voor Nederland geen haalbare optie is. Het is dan ook enorm belangrijk om innovatief vakmanschap te stimuleren; “daarom investeert D66 extra in onderwijs, uit de doorrekeningen van het CPB wordt duidelijk dat we dit op en effectieve manier doen, op de lange termijn realiseren wij de grootste welvaartsgroei”. Ook hier gelooft D66 in de kracht van de regionale aanpak. “Ook de topsectoren moeten een regionaal zwaartepunt krijgen per sector. Vervolgens kunnen lokale overheidsinstanties samen optrekken met lokale opleiders en het lokale bedrijfsleven”. Het wordt volgens de heer De Beer dan ook belangrijk dat hogescholen en universiteiten aansluiten bij dit regionale profiel en zich meer onderscheiden dan te gaan voor een compleet aanbod. “Dit geldt in zekere zin ook voor het mbo, maar deze duidelijke profilering van onderwijsinstellingen staat voor het mbo niet specifiek in ons verkiezingsprogramma”. Dit komt volgens de heer De Beer omdat er wel belangrijke verschillen zijn tussen mbo en hbo die maken dat er bij het mbo extra voorzichtig mee moet worden omgesprongen. “Mbo leerlingen zijn veel minder bereid om te reizen en laten zich bij studiekeuze minder beïnvloeden door de kwaliteit van de opleiding. Als er in bepaalde regio’s een aantal opleidingen niet meer wordt aangeboden sluit je voor de individuele student een aantal studiekeuzes uit”.

Dit zegt het D66 verkiezingsprogramma:

  • D66 wil dat beroepsonderwijs - vmbo, mbo én hbo – weer een volwaardige pijler wordt naast het academisch onderwijs. Het beroepsonderwijs en beroepsonderzoek moet aansluiten bij wat onze arbeidsmarkt nodig heeft.
  • D66 pleit voor een beperkt aantal herkenbare en brede studierichtingen in het mbo.
  • Door hervormingen in het mbo kan het aantal examenrichtingen op het vmbo omlaag, waarbij elke examenrichting helder aansluit op een van de mbo-richtingen.
  • D66 wil dat mbo-studenten in heel Europa beter terecht kunnen. D66 wil internationale stages in het mbo stimuleren, en ook ondernemerschap over de grens aanmoedigen.
  • D66 wil de samenwerking tussen opleidingen, onderzoeksinstellingen en bedrijven versterken, om de aanwezige kennis beter te benutten, meer praktijkgericht onderzoek te doen en kennisontwikkeling te versnellen.

Eerder verschenen in deze reeks:

Christenunie  
SP  
VVD 
CDA    
PVV  
DPK

Reageer op dit bericht

Velden met een * zijn verplichte velden
Hiteq 2013