Verkiezingsblog VVD: trefwoorden bij onderwijsbeleid zijn meer aandacht voor vakmanschap, kwaliteit en vooral voor prestatiegerichtheid

Verkiezingsblog VVD: trefwoorden bij onderwijsbeleid zijn meer aandacht voor vakmanschap, kwaliteit en vooral voor prestatiegerichtheid Hiteq gaat in aanloop naar de verkiezingen met verschillende politieke partijen in gesprek over technisch vakmanschap van de toekomst. In dit blog de visie van Ton Elias (VVD).


“De belangrijkste trefwoorden voor de VVD bij het onderwijsbeleid zijn: meer aandacht voor vakmanschap, voor kwaliteit en vooral voor prestatiegerichtheid” stelt de heer Elias. Hiervoor is het onder meer belangrijk om meer structuur te bieden aan leerlingen, om strenger te examineren en om meer eisen te stellen. Hiervoor moet de kwaliteit van de ROC’s echter wel sterk worden verbeterd. Wezenlijk voor de VVD is dat er op alle niveaus in het Nederlands onderwijs meer aandacht komt voor talentontwikkeling. “we besteden eenzijdig veel aandacht en geld aan zorgleerlingen en daar hoort wat tegenover te staan”. Dit geldt volgens de heer Elias net zo goed voor zeer ondernemende, vaardige vmbo- en havoleerlingen als voor de onderzoekende vwo-leerlingen.

In het afgelopen regeerakkoord is, mede door de VVD, al een aantal belangrijke punten binnen gehaald. Zo wijst de heer Elias op de stappen richting bekostiging van het onderwijs gericht op het bevorderen van kwaliteit in plaats van door perverse prikkels die kwaliteit tegenwerken: “niet hoeveel diploma’s jaag je er doorheen maar is het bedrijfsleven wel tevreden met de mensen die met dat verse diploma op de arbeidsmarkt komen”.

Toch baart de gang van zaken binnen het mbo de heer Elias grote zorgen: “natuurlijk gaat er dankzij gemotiveerde en hardwerkende docenten ook veel goed, maar dat is geen reden om de pijnpunten niet nadrukkelijk te benoemen”. De aansluiting tussen het onderwijs en het bedrijfsleven laat veel te wensen over. Scholen hebben volgens de VVD de plicht om de kansen van hun leerlingen op de arbeidsmarkt te vergroten. Voor veel leerlingen is het nu echter onduidelijk wat ze na hun opleiding kunnen gaan doen en wat de kansen op werk zijn, “al jaren stellen we dit vast, en er wordt veel gepraat over doelmatigheid”. De heer Elias is dan ook benieuwd wanneer de uitwerking van maatregelen kan worden verwacht. Het niet erbij laten komen van opleidingen waar het bedrijfsleven niets aan heeft en de tevredenheid van het bedrijfsleven mee laten spelen in de bekostiging zijn wat de VVD betreft namelijk prima maatregelen.

Mbo-instellingen bepalen volgens de heer Elias sinds een jaar of tien nu zelf het aanbod aan opleidingen. “enerzijds heeft dit geleid tot meer aanbod op regionaal niveau. Maar anderzijds groeit het aantal studenten niet meer en daalt het zelfs in meerdere regio’s.” Ook worden er volgens de heer Elias opleidingen aangeboden die weliswaar populair zijn, maar weinig kans bieden op een baan. En tenslotte wordt er op veel scholen dicht bij elkaar hetzelfde aanbod verzorgd, terwijl klassen half leeg zijn. “Deze onderwijssector lukt het onvoldoende om zelf een oplossing te vinden en daarom heeft de minister maatregelen voorgesteld. Zij wil de landelijke kwalificatiestructuur voor het mbo beperken en aanpassen”. Ook vertelt de heer Elias over de ingeslagen weg op het gebied van het transparanter maken van de kansen op de arbeidsmarkt, escalatiemechanismes voor wanneer onderwijs en bedrijfsleven niet tot afstemming in het aanbod komen, populaire opleidingen met geringe kansen op de arbeidsmarkt verminderen door deze alleen te bekostigen na goedkeuring van de minister en het centraliseren van specialistische opleidingen. “Ik ben het eens met de richting van de Minister, maar het gaat te traag en te stroperig”.

“Minder tra-la-la opleidingen zijn voor ons belangrijk” er moet volgens de VVD dan ook krachtig worden gesneden in opleidingen waar je niks aan hebt. Studenten moeten vervolgens ook goed worden voorgelicht over de kansen op een baan en over wat ze gaan verdienen, de heer Elias verwijst hierbij naar de studiebijsluiter die nu is ontwikkeld in het hbo. De heer Elias is daarbij streng tegenover de onderwijssector die zelf oplossingen gaat bieden voor de doelmatigheidsvraagstukken: “als we geen garanties krijgen dan overweeg ik te stoppen met de route via de sector en een van bovenaf opgelegde taakverdeling- en concentratieoperatie op te leggen, met alle nadelen van dien, maar wij moeten ons niet kunnen en willen veroorloven dat er zoveel onderwijseuro’s worden vermorst aan ondoelmatigheid, louter omdat koninkrijkjes in het onderwijs op kosten van de belastingbetaler in stand worden gehouden”.

Op sommige plekken is het bedrijfsleven volgens de heer Elias dermate ontevreden over de kwaliteit van ROC’s dat ze de opleiding zelf maar verzorgen. “Hun diploma halen studenten dan uiteindelijk in het ROC een halve kilometer verderop, waar ze volgens een directeur van zo’n bedrijfsschool meer geïnteresseerd zijn in vastgoed dan in onderwijs. Dat ROC kun je dus net zo goed opheffen en de serieuze vraag is dan ook waarom dat niet gebeurt.”

Enkele kernpunten uit het VVD verkiezingsprogramma:

• Het onderwijs en de arbeidsmarkt sluiten niet goed genoeg aan en er is onvoldoende mobiliteit en flexibiliteit op de arbeidsmarkt.
• De VVD wil het topsectorenbeleid, dat de afgelopen periode is opgezet, voortzetten. De sector bèta-techniek moet daarin voorop lopen, want deze mensen hebben we hard nodig.
• De VVD is tegen onderwijsfabrieken. Schaalvergroting heeft in veel gevallen geleid tot een verslechtering van de onderwijskwaliteit.
• Vakmanschapsroutes in het gehele voortgezet onderwijs moeten aantrekkelijker worden. Er komt meer aandacht voor techniek en ondernemerschap in het basis- en voortgezet onderwijs.
• mbo-instellingen kunnen nu zelf hun opleidingsaanbod bepalen. De VVD wil daar niet aan tornen. Maar instellingen moeten duidelijk en eerlijk zijn over de kansen op een baan.
• Het bedrijfsleven dient nauwer betrokken te zijn bij de beroepsopleidingen, bijvoorbeeld door meer mensen uit het bedrijfsleven les te laten geven.
• De financiering van opleidingen wordt deels bepaald door de kans die een opleiding biedt op een baan en de mate waarin wordt samengewerkt met ondernemers.
• De VVD wil integrale opleidingstrajecten op vmbo en mbo.
• Mbo-instellingen moeten meer ruimte hebben om leerlingen te toetsen op geschiktheid en motivatie voordat zij aan de opleiding beginnen.
• De in- en uitstroom in het bèta technisch onderwijs dient te worden vergroot.

Tot aan de verkiezingen verschijnen nog meer blogs over standpunten van de verschillende politieke partijen, eerder verschenen al:
Christenunie
CDA 
PVV 
DPK 
SP

Reageer op dit bericht

Velden met een * zijn verplichte velden
Hiteq 2013