Biobrandstoffen

Fossiele brandstoffen voldoen niet meer in de toekomst. Om aan de internationale doelstellingen voor vermindering van de uitstoot van CO2 tegemoet te komen, moet ook Nederland het gebruik van duurzame energiebronnen stimuleren.

Voor de opwekking van elektriciteit zijn opties voorhanden als windenergie, biomassa en zonne-energie. De transportsector is sterk afhankelijk van brandstoffen.  De transitie van fossiele brandstoffen naar duurzame brandstoffen is hier noodzakelijk.

Eerste generatie biobrandstoffen zoals biodiesel worden nu vooral verplicht bijgemengd bij fossiel brandstoffen. Vanaf 2020 krijgen tweedegeneratie biobrandstoffen, die uit houtige biomassa worden geproduceerd, een commerciële toepassing. Die hebben een hogere duurzaamheid, lagere CO2-emissie en zijn niet voedselverdringend zoals koolzaad, suikerriet of maïs. De productie van tweedegeneratie biobrandstof is naar verwachting alleen rendabel bij grootschalige productie.

Hiteq heeft ook onderzocht welke gevolgen de transitie naar biobrandstoffen heeft voor de technische beroepen en het onderwijs. De vraag naar technisch personeel neemt toe. De behoefte aan multidisciplinaire opleidingen is evident. Er zullen meer bètatechnici nodig zijn. Duurzame ontwikkelingen verdienen meer aandacht in het onderwijs.

In de publicatie zijn roadmaps opgenomen, waarin wordt aangegeven welke ontwikkelingen wanneer ongeveer voor welk onderwijsniveau een rol gaan spelen.

Publicatie:
Op weg naar een duurzame transportbrandstof

 

Reageer op dit bericht

Velden met een * zijn verplichte velden
Hiteq 2013