De energievoorziening in 2040

In 2040 gebruiken we in Nederland duurzame energiebronnen, nieuwe technologieën als waterstof en besparen we op ons energieverbruik. Deze toekomstige energiemix biedt de techniek werk en vraagt dat leerlingen ervoor worden opgeleid, zo stelt expertisecentrum Hiteq.

Om deze economische kansen te benutten, is het belangrijk dat de overheid het voortouw neemt en duidelijke keuzes maakt, want anders is het de vraag of Nederland straks wel meedoet als innovatief kennisland met onze topsector energie. Dit voorziet expertisecentrum Hiteq in zijn scenariostudie ‘Een beroep op energie 2’. In het visiedocument onderscheidt Hiteq twaalf trends, vier toekomstscenario’s en benoemt concrete kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven en onderwijs.

Groei voor bedrijven en het technische onderwijs
Het zijn vooral de bouwsector, de installatietechniek en de high tech maakindustrie van Nederland die door deze energiemix te maken krijgen met een lichte werkgelegenheidsgroei. Ook ontstaat vraag naar elektrotechnische installatietechniek, vanwege het beheer van het elektriciteitsnet (‘smart grid’) en energiebesparingstechnologieën. Waterstof vindt toepassingen in de mobiliteitssector en deels als opslagtechniek voor bijvoorbeeld windenergie. In het technische beroepsonderwijs zal een groeiend aantal leerlingen les krijgen over nieuwe technologieën in vakken als elektrochemie, vermogenselektronica en materiaalkunde. Ook de maakindustrie zal extra mbo-technici vragen, onder wie ontwerpers, metaalbewerkers, installateurs, elektrotechnici, werktuigbouwkundigen en productiepersoneel.

Hoge score in scenario’s
In het meest waarschijnlijke scenario is duurzame energie relatief goedkoop en worden duurzaamheid en technologische vooruitgang door marktwerking gestuurd. Dit scenario is een voortzetting van het ingezette Nederlandse innovatiebeleid. De rol van de overheid hierbij is actief en gericht op het verduurzamen van de energiemarkt.

Ook in het meest wenselijke scenario is duurzame energie relatief goedkoop; de overheid stuurt aan op meer duurzaamheid en technologische vooruitgang. Anders dan bij het meest waarschijnlijke scenario is de rol van de overheid hier nogal passief, mede gezien het huidige politieke klimaat en de verwachting dat dit zich zal doorzetten. Om te komen tot bijsturing op dit vlak zal de overheid een impuls moeten krijgen; die kan zowel vanuit het land zelf komen (‘Nederland als gidsland’) als van over de grenzen (‘Hé, Nederland, doen jullie nog mee?’).

Daan Maatman, programmaleider Technologie van Hiteq: “Inzetten op duurzame energie, waterstoftechnologie en energiebesparing biedt het technische beroepsonderwijs en bedrijfsleven bestendige groeikansen.”

Infrastructuur in topsector economie
“Voor duurzame energie en waterstof is echter een goede infrastructuur noodzakelijk”, vervolgt Maatman. “Uit ons onderzoek blijkt dat marktspelers niet snel geneigd zijn te investeren in een dergelijke infrastructuur. Belangrijk is zekerheid te creëren, wat investeringen in duurzaamheid sterk zal stimuleren. Dat kan met een overheid die een actieve rol speelt, uitgaat van lange termijnplannen, inspeelt op de snelheid van de technologische ontwikkelingen, meer reguleert, keuzes maakt en zoekt naar internationale complementaire samenwerking. Op die manier weet Nederland in te haken op de ontwikkelingen die passen bij de wens van Nederland om met zijn topsectoren bij de innovatieve kennislanden te behoren.”

De trends en scenario’s die Hiteq schetst, borduren voort op de studie ‘Een beroep op energie’ uit 2008. Daarbij zijn experts geraadpleegd op het terrein van energie, zoals van Agentschap NL, ECN, Nedstack, NRG, Shell, TNO en de Universiteit Utrecht.

 

Reageer op dit bericht

Velden met een * zijn verplichte velden
Hiteq 2013